Ook kunstenaars verdienen sociale bescherming
Kunstenaars bevinden zich in een specifieke professionele situatie. Ze hebben onregelmatige werkuren, diverse opdrachten, periodes zonder opdrachten, vergoedingen per prestatie, onzekerheid over structurele en projectsubsidies enzovoort. Dat rechtvaardigt specifieke vormen van sociale bescherming. Dat doet het kunstenaarsstatuut – de correcte term is kunstwerkuitkering – die sociale bescherming mogelijk maakt. Het gaat trouwens niet alleen om kunstenaars, maar om al wie artistieke, artistiek-technische en/of artistiek-ondersteunende activiteiten uitoefent, en zo een bijdrage levert aan een artistieke creatie of uitvoering. Denk aan heatertechnici, geluidsmensen, regisseurs, curatoren ... Met het woord 'kunstenaars' worden in dit artikel al deze professionals bedoeld.
Veel beleidsmakers kennen de cultuursector duidelijk niet. Nee, kunstenaars horen niet bij de gegoede klasse, uitzonderingen daargelaten. Dat zijn de sterren die toeren op de grote internationale podia of die in succesfilms excelleren. Dat is een heel kleine groep. Nee, acteurs in het theater of de film, dansers, musici in klassieke orkesten of op de Belgische rockscene zijn geen rijke mensen. Net wie dat wel denkt, vindt dat een werkloosheidsuitkering voor hen weggesmeten geld is. Wel, dat is niet zo. Het model in de kunsten, waarbij orkesten of theatergezelschappen vooral mensen in vaste dienst hebben, heeft al een paar decennia afgedaan. Acteurs spelen op freelancebasis in verschillende compagnies en creaties, musici worden per concert ingehuurd, bands zijn afhankelijk van uitnodigingen om te komen spelen. Dat betekent dat ze diverse kortlopende contracten hebben bij diverse organisaties.
Daar zit soms een stille periode tussen. Zitten ze dan de hele dag lui in de sofa Netflixseries te bingewatchen? Nee, musici moeten hun technisch niveau onderhouden en dus studeren. Beeldende kunstenaars die niet op een tentoonstelling staan, creëren net dan hun werk, dansers of circusartiesten onderhouden hun fysieke paraatheid. Auteurs schrijven. Kortom, kunstenaars hebben veel onzichtbare werktijd. Als ze optreden, is dat meestal op de vreemdste uren. Onze vrije tijd is hun arbeidstijd. Als ze toeren, reizen ze van hot naar her. De werkregimes zijn helemaal niet zoals die van een normale werknemer.
Akkoord dat we hen een leefbaar inkomen garanderen? Dat doen we toch ook voor een bouwvakker die in vorstperiodes gedwongen thuis moet blijven, of in bedrijven die tijdelijke werkloosheid inroepen als het minder goed gaat?
Naar de dop
Het is ook niet zo dat er een vrije toegang bestaat tot dat statuut. Het is overigens geen statuut, maar een specifieke toepassing van het werknemersstatuut, beperkt tot de werkloosheid. De sociale bescherming blijft erg beperkt. Daarenboven ligt de lat voor de toegang hoog. Je moet 156 gewerkte dagen kunnen bewijzen, als werknemer, in de twee jaar vóór je aanvraag. En je moet aantonen dat je artistieke activiteiten uitoefent, want pas dan krijg je het vereiste kunstwerkattest. Wouldbe-kunstenaars met weinig artistiek talent komen daar nooit aan toe. De kunstwerkuitkering zelf is ook minimaal. Een kunstenaar wordt er niet slapend rijk van. Het is ook een systeem dat zwart werk tegengaat. Kunstenaars hebben er immers belang bij om hun prestaties legaal te verrichten, omdat ze hun werkdagen moeten kunnen bewijzen.
De kunstwerkuitkering afschaffen zou zo'n 8.000 kunstenaars helemaal naar de dop sturen. Zou dat goedkoper zijn voor de overheid? Ze kan hen schorsen en dwingen een andere job te zoeken. Maar dan verliest de samenleving die kunstenaars en hun (kunst)werk.
Wat betekent die uitkering voor het artistieke veld en de sector? De kunstwerkuitkering verhoudt zich ook met andere financieringsbronnen voor de brede culturele sector, met subsidies van overheden vooral. Velen spelen, musiceren of dansen bij gesubsidieerde organisaties. Ook zij dragen verantwoordelijkheid voor de artiesten met wie ze samenwerken. Al vele jaren wordt aangedrongen op 'fair pay', eerlijke verloning dus. Terecht. Maar in de praktijk schieten de subsidiebedragen fiks tekort. De sector moet dan op zoek naar aanvullende middelen bij coproducenten, andere overheden of mecenassen. Wie is het eerste slachtoffer als het budget niet rond geraakt? De kunstenaars, uiteraard. Hogere subsidies zouden meer kunstenaars aan werk helpen en een betere verloning mogelijk maken. De kosten van de kunstwerkuitkering kunnen dan dalen. Maar ja, het is niet eenvoudig te regelen, het ene is een federale bevoegdheid, het andere een gemeenschapsbevoegdheid.
Het is trouwens meer dan werkloosheid bestrijden of een bescherming tegen harde precariteit. Schaf je de regeling af, dan zullen sommige kunstenaars van de radar verdwijnen. Anderen zullen voortboeren, gedreven als ze zijn, maar in nog precairdere omstandigheden aan het werk blijven. Precariteit is bij kunstenaars eerder regel dan uitzondering, zo blijkt uit onderzoek. Helaas, de kassen van overheden blijken leeg te zijn, toch daarvoor.
Funest voor vernieuwing
Wat betekent het voor het publiek en het aanbod? De afschaffing van de kunstwerkuitkering zou een ernstige impact hebben op het aanbod. We verliezen kwantiteit, maar vooral kwaliteit. Zeker jonge makers, en al wie in de avant-garde aan het werk is – en met moeite de eindjes aan elkaar kan knopen – verliest kansen om zijn talent te ontwikkelen. Dat is funest voor de noodzakelijke vernieuwing van het aanbod.
Regelmatig horen we verhalen over misbruiken van de kunstwerkuitkering. Als dat zo is, dan moet de overheid ingrijpen. Er is trouwens een evaluatie gepland in 2027. Maar het is toch ook niet omdat er mensen zijn die de ziekteverzekering misbruiken, dat we ze moeten afschaffen?
En dan die andere vaak gestelde vraag: moeten kunstenaars beter behandeld worden dan andere beroepsgroepen? Ze worden niet beter behandeld. Ze hebben een werkloosheidsregeling die inspeelt op hun werkomstandigheden. Andere beroepen hebben ook specifieke regelingen. Terecht. Mag ik het vergelijken met tijdelijke werkloosheid in de bedrijfswereld of met vorstverlet in de bouwsector?
De kunstwerkuitkering is in de vorige legislatuur aangepast. De sector heeft lang moeten wachten op Godot. Nu willen sommige politici ze wegknippen. Wie denkt dat hij daarmee de staatskas kan saneren, droomt. De kip met gouden eieren slachten brengt niets op. Het is een aanslag op onze culturele groei en onze artistieke rijkdom. En op de mondigheid van kunstenaars.
Ik schreef dit opiniestuk. Het verscheen in De Standaard op 28 maart 2025.